Herinnering en waarschuwing

East West Street: On the Origins of “Genocide” and “Crimes Against Humanity” van Philippe Sands is een persoonlijke en juridische geschiedenis van internationaal recht. In het boek staat de geschiedenis van misdrijven tegen de menselijkheid en genocide centraal. Het laat zien dat dat internationaal recht verbonden is met de geschiedenis van menselijk lijden en hoe we met elkaar omgaan. Het is goed om dit boek, dat al enkele jaren oud is, nu te lezen, in deze tijd waarin het internationaal recht er steeds minder toe lijkt te doen.
Democratie
Author

Harrie Jonkman

Published

January 22, 2026

“Lauterpacht en Lemkin waren twee jonge mannen in Lemberg en Lwów. Hun ideeën hebben wereldwijd weerklank gevonden, hun nalatenschap reikt ver en breed. De begrippen genocide en misdrijven tegen de menselijkheid hebben zich naast elkaar ontwikkeld, in een onderlinge samenhang die het individu en de groep met elkaar verbindt.”
- Philippe Sands


East West Street: On the Origins of “Genocide” and “Crimes Against Humanity” van Philippe Sands kwam al in 2017 uit. Het is een boek van alles tegelijk. Het is een familiegeschiedenis, een intellectuele rechtsgeschiedenis, een procesverslag, een thriller en een morele reflectie. Sands is een internationaal mensenrechtenadvocaat en hoogleraar internationaal recht. In dit boek verweeft hij zijn persoonlijke zoektocht naar het lot van zijn eigen familie onder het naziregime met de ontstaansgeschiedenis van twee juridische begrippen die het internationale recht blijvend hebben gevormd: misdaden tegen de menselijkheid en genocide. De combinatie van dat persoonlijke en juridische geeft het boek enorme kracht. East West Street maakt invoelbaar dat recht geen abstract systeem is dat losstaat van de geschiedenis van het menselijk lijden en hoe daar met elkaar mee om te gaan. Hij laat zien dat (internationaal) recht een historisch antwoord is op extreme vormen van geweld, ontmenselijking en morele ontwrichting. Dat is iets dat we in ons achterhoofd moeten houden in deze tijd.
De actualiteit van Sands’ boek is overduidelijk. De concepten die in de nasleep van de Holocaust zijn ontwikkeld om massaal geweld juridisch te benoemen en te vervolgen, staan vandaag opnieuw onder druk. Verschillende machtige staten veroorloven zich steeds meer en individuen en bepaalde groepen (en kleinere landen) zijn daar het slachtoffer van. Het is duidelijk dat we leven in een tijd van toenemend autoritarisme, afnemende internationale solidariteit en steeds meer afscheid lijken te nemen van de naoorlogse, op regels gebaseerde wereldorde. Het internationale recht wordt steeds vaker selectief toegepast, genegeerd of openlijk aangevallen. Dit boek herinnert er ons aan wat er op het spel staat wanneer juridisch kader en de begrippen die erbij horen hun normatieve kracht verliezen. Het is goed om dit boek, dat ondertussen enkele jaren oud is, juist nu te lezen.


Het hart van het boek ligt in Lviv, een stad met vele namen ( Lemberg, Lvov, Lwów) en een geschiedenis van wisselende grenzen en landen waartoe het behoort. Deze stad in Midden- en Oost-Europa vormt het kruispunt waar de levens van drie centrale figuren elkaar raken: Leon Buchholz, de grootvader van moederskant van Sands en de juristen Hersch Lauterpacht en Raphael Lemkin. Alle drie zijn zij Joods, ze hebben alledrie te maken met het vernietigende antisemitisme en ontvluchten alledrie op eigen manier het geweld dat Europa vanaf eind jaren dertig van de twintigste eeuw overspoelt.
Leon Buchholz is de enige van Sands uitgebreide familie die de Holocaust overleeft. Zijn levensloop, waar Sands eigenlijk weinig over weet wanneer hij met dit boek begint en die hij als een detective stukje bij beetje door het boek heen reconstrueert, voert van Galicië via Wenen naar Parijs. Dat is het leven van verlies, zwijgen, geheimen en onuitgesproken trauma. Lauterpacht en Lemkin zijn ook slachtoffer. Ook het grootste deel van hun families komt om. Zij ontsnappen eveneens via allerlei omwegen naar het Westen. Beiden belanden in de Verenigde Staten (en Lauterpacht later in Engeland), waar zij onafhankelijk van elkaar beginnen te werken aan juridische concepten die dan nieuw zijn en later van wereldhistorisch belang zullen blijken: misdaden tegen de menselijkheid en genocide.
Wat aanvankelijk drie afzonderlijke verhalen lijken (dat van een familielid, dat van een jurist die werkt aan het concept misdaden tegen de menselijkheid en daarbij het individu centraal stelt, en dat van een jurist die het begrip genocide uitwerkte en het lot van groepen onderzoekt), verweeft Sands tot één moreel en juridisch drama. Hij trekt de levenslijnen naar elkaar toe, combineert het persoonlijke met het juridische en maakt er een heel goed en samenhangend verhaal van.
Dan is er naast de drie slachtoffers, waarvan er twee ook jurist zijn, nog een vierde hoofdpersoon: Hans Frank. Frank raakt al op jonge leeftijd betrokken bij de rechtse militia’s en de voorloper van Hitlers NSDAP in Duitsland. Hij wordt de juridisch adviseur van Hitler, minister van justitie in Bavaria en werkt anti-semitische wetgeving uit. Wanneer Duitsland Polen binnenvalt wordt hij het hoofd van het Generale Governement van het bezette Poolse Territorium. Daar wonen 11,5 miljoen mensen waarvan 2,5 miljoen Joods zijn (3,5 miljoen als je een bredere definitie van Joods-zijn hanteert). Hierin liggen steden als Warschau, Krakau en Lvov met hun ghetto’s en de concentratiekampen van Treblinka, Sobibor, Majdanek en Belzec. Het grootste deel van de Joodse bevolking wordt hier omgebracht in de jaren dat Frank hier de scepter zwaait. De familieleden van Buchholz, Lauterpacht en Lemkin worden er vermoord. Hans Frank wordt in 1945 opgepakt en naar Neurenberg gebracht.
De climax van East West Street ligt in Neurenberg (rechtzaal 600 van het Paleis van Justitie) waar behalve Frank nog 23 andere vertegenwoordigers van het Nazi-regime in 1945 terecht komen te staan voor internationaal hof (waaronder bijvoorbeeld Göring, Seys-Inquart). Daarvan zullen er uiteindelijk 21 worden berecht. Neurenberg fungeert in dit boek niet alleen als historische locatie waar lijnen van zijn verhaal samenkomen, maar ook de plek waar een nieuwe juridische taal wordt uitgevonden en gebruikt. Frank wordt aangeklaagd voor de systematische vervolging en vernietiging van miljoenen Joden. In dat proces wordt hij aangeklaagd wegens onder meer misdaden tegen de menselijkheid en genocide. Uiteindelijk wordt hij ter dood veroordeeld en opgehangen. Hersch Lauterpacht is als juridisch adviseur van de Engelse delegatie en aanklager nauw betrokken bij het proces. Raphael Lemkin had meer moeite om direct bij dat internationaal proces betrokken te zijn en volgde het langere tijd van afstand. Beiden zien in Neurenberg de mogelijkheid om definitief te breken met het klassieke idee van staatssoevereiniteit die absolute bescherming biedt tegen externe inmenging. Het beginsel dat individuen, ook staatshoofden en hoge functionarissen, strafrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor internationale misdrijven tegen individuen en bepaalde groepen vormt een revolutionaire verschuiving in het internationaal recht.
In het boek staat de spanning centraal tussen twee juridische benaderingen van massaal geweld. Lauterpacht ontwikkelt het concept misdaden tegen de menselijkheid, waarin het individu wordt beschermd tegen grootschalige en systematische aanvallen, ongeacht groepsidentiteit. Lemkin introduceert het begrip genocide, gericht op de opzettelijke vernietiging van groepen mensen op basis van gedeelde kenmerken zoals etniciteit, religie of nationaliteit. Dit verschil is geen louter terminologische nuance, maar raakt aan fundamentele vragen over hoe het recht geweld begrijpt en benoemt. Lauterpacht waarschuwt voor het gevaar dat het benadrukken van groepsidentiteiten het denken in collectieve categorieën juist versterkt, precies het denken dat aan genocidaal geweld ten grondslag ligt. Voor hem moet het recht primair het individu beschermen, juist om te voorkomen dat mensen worden gereduceerd tot leden van een abstracte groep. Lemkin vreest juist dat zonder de erkenning van genocide het specifieke kwaad van groepsvernietiging onzichtbaar blijft. De vernietiging van een volk, cultuur of religieuze gemeenschap is volgens hem een misdaad die niet adequaat kan worden gevat in het taalveld van individuele rechten. Lemkin en Lauterpacht delen een vergelijkbare achtergrond, een morele verontwaardiging en een diep geloof in de normatieve kracht van het recht. Juridisch botsen hun visies echter. Die discussie speelt nog steeds: beschermt het recht mensen het best door individuen centraal te stellen of door expliciete erkenning te geven aan collectieve identiteiten en het geweld dat daartegen wordt gepleegd? Een discussie die trouwens ook in de gezondheidswetenschappen en sociale wetenschappen speelt.


De erfenis van het internationale strafrecht is onlosmakelijk verbonden met de Holocaust. Deze vormt het morele nulpunt waarop onmiskenbaar duidelijk wordt dat bestaande juridische kaders toen tekortschoten. Wat de Holocaust onderscheidt van andere vormen van massaal geweld is niet alleen de schaal, maar ook de bureaucra-tische, industriële en ideologisch gedreven aard van de vernietiging. Dit was geen ontsporing van oorlog, hier was sprake van doelbewuste uitroeiing. Sands laat zien hoe deze geschiedenis doorwerkt in latere rechtszaken, zoals de arrestatie van Augusto Pinochet in Londen in 1998, de zaak Milosovic in de Joegoslavië-oorlog en die van Charles Taylor (Liberia). Dit moment in de geschiedenis markeert een doorbraak van het principe van universele jurisdictie, het idee dat ernstige internationale misdrijven overal vervolgd kunnen worden, ongeacht waar zij zijn gepleegd. Daarmee is een begin gemaakt met het daadwerkelijk doorbreken van soevereine straffeloosheid.
Tegelijkertijd toont Sands zich realistisch over de kwetsbaarheid hiervan. Het internationale recht is geen vanzelfsprekend gegeven, zoals democratie ook niet vanzelfsprekend is. Het is een kwetsbaar normatief bouwwerk dat voortdurend verdedigt en herijkt moet worden. Dat juridisch bouwwerk staat onder druk, zoals de situaties tussen Rusland en Oekraïne, Israël en Gaza en Verenigde Staten en Venuzuela laten zien, waar burgers worden blootgesteld aan grootschalig geweld dat juridisch kan worden gekwalificeerd als genocide of misdaden tegen de menselijkheid. Machtige staten ondermijnen het internationale recht wanneer het hun politieke of economische belangen schaadt. Mensenrechten en internationale afspraken worden gepresenteerd als obstakel voor soevereiniteit, veiligheid of nationale identiteit. Grondrechten, parlementen en internationale afspraken worden terzijde geschoven als het machthebbers uitkomt.
Sands wijst, in 2017 in ieder geval nog, op pogingen om nieuwe vormen van structureel geweld juridisch te benoemen, zoals de strijd van vrouwen in Iran en Afghanistan voor erkenning van genderapartheid als misdaad tegen de menselijkheid. Het Internationaal Strafhof zet, zij het aarzelend, stappen om deze claims serieus te nemen. Daarmee wordt zichtbaar dat het internationale recht geen afgesloten hoofdstuk is, maar een dynamisch proces van morele herinterpretatie. East West Street zien dat recht geen eindpunt is, maar een voortdurend proces van morele herijking. Het juridisch kader en de concepten die erbij horen ontstaan niet in een vacuüm. Zij worden geboren uit menselijk lijden en zijn bedoeld om herhaling te voorkomen. Wanneer zij worden uitgehold, genegeerd of selectief toegepast en machthebbers zich gaan beroepen op eigen moraliteit in plaats van mensenrechten en internationale afspraken, verdwijnt niet alleen hun juridische kracht, maar ook hun morele betekenis.
East West Street is zo veel meer dan een geschiedenisles. Het is misschien wel vooral een waarschuwing. Als de opkomst van genocide en misdaden tegen de menselijkheid het morele hoogtepunt vormde van een poging om een ethische wereldorde te bouwen na de Holocaust, dan markeert de huidige ontmanteling van mensenrechten en internationale afspraken een gevaarlijk dieptepunt. Geschiedenis is er niet alleen om te herinneren, maar de lessen die we eruit leren moeten we ook actief blijven toepassen, in het recht, in de politiek, in de omgang met elkaar en de manier waarop we naar elkaar kijken zelf, die er zo weinig toe lijken te doen tegenwoordig.


Sands, P. (2017). East West Street. On the Origins of Genocide and Crimes Against Humanity. London: Weidenfeld&Nicolson. 464 p.