De nieuwe Max Weber

Robert Bellah is een van de belangrijke sociale wetenschappers na de Tweede Wereldoorlog. Hij schreef over religie, cultuur en evolutie. Matteo Bortolini schreef er een biografie over: A Joyfully Serious Man. The Life of Robert Bellah, dat zijn werk prachtige introduceert.
Democratie
Author

Harrie Jonkman

Published

November 27, 2025

“Heel diep is de bron van het verleden.”
- Thomas Mann


Robert Bellah is een van de grote figuren van de sociale wetenschappen na de Tweede Wereldoorlog. Hij is bekend geworden tot ver buiten de grenzen van zijn discipline sociologie en godsdienstwetenschappen. Een wetenschapper die zijn leven in Cambridge, Massachusetts, en vooral in Berkeley, Californië, doorbracht. Een leven dat misschien helemaal niet zo heel spannend was, denk je eerst, zo’n leven van de veelbelovende student van Talcott Parsons aan Harvard, ook al niet zo populaire wetenschapper. Als je het boek uit hebt, denk je hier heel anders over.
Matteo Bortolini is een Italiaanse socioloog die het lef had over hem een biografie te schrijven en heeft er een geweldige biografie van gemaakt. Toen Bellah’s laatste boek en magnum opus Religion in Human Evolution uitkwam, zo schrijft Bortolini, gebruikten de meeste commentatoren en recensenten bijvoeglijke naamwoorden als episch, uniek, majestueus, immens, fascinerend, magistraal en monumentaal. Over de breedte van het boek en de eruditie van de auteur had een van die recensenten het over een ‘grand narrative’, dat tevens een beeld oproept van Bellah als een titaneske wetenschappelijke figuur. Misschien zijn deze woorden voor Bortolini hier niet helemaal gepast, maar heel goed is deze biografie wel. A Joyfully Serious Man. The Life of Robert Bellah is een prachtige introductie op zijn werk. Tegelijk is het een hele mooie geschiedenis van de ontwikkelingen in de sociale wetenschappen aan de belangrijke Amerikaanse universiteiten en vertelt het ons ook het nodige over de naoorlogse geschiedenis in Amerika. Twintig jaar bijna heeft Bortoline aan dit boek gewerkt. Het is briljant geschreven en hij baseert zijn verhaal op talrijke archiefbronnen, talloze interviews, waaronder lange gesprekken met Bellah toen hij nog leefde, en mailcontacten met heel veel mensen die Bellah hebben gekend. Verschillende vooraanstaande onderzoeksinstituten hebben hem ondersteund bij zijn werk. A Joyfully Serious Man. The Life of Robert Bellah kwam alweer enkele jaren geleden uit en in november 2025 verscheen de pocketversie ervan.


Robert Bellah wordt in 1927 geboren. Zijn vader is dan een succesvolle journalist en uitgever van een lokale krant in Oklahoma. Zijn vader verkoopt zijn krant in de zomer van 1929 en het gezin verliest het opgebouwde vermogen bij de beurskrach van oktober. Ze verhuizen naar Los Angeles trekken bij familie van Bellahs moeder in. De vader verlaat het gezin en pleegt enkele jaren later zelfmoord. Robert (‘Bob’) groeit vaderloos en onder moeilijke omstandigheden in Los Angeles op. Hij schrijft zich in februari 1945 in aan Harvard maar moet dan direct diensplicht vervullen. Hij heeft een linkse politieke oriëntatie en is enthousiast over Roosevelts New Deal. Hij schuift verder op naar links en laat zijn sympathieën voor de Sovjet-Unie en wordt lid van de Communistische Partij (CP) aan Harvard. Hij is geïnteresseerd in het marxisme maar ook in Freud en de psychoanalyse. In de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog ontmoet hij Talcott Parsons, die zijn grote leermeester wordt, en zijn vrouw Melanie Hymann.
In 1950 schrijft Bellah zich in voor een dubbel promotietraject, in de sociologie én de Oost-Aziatische talen. Hij werkt aan zijn boek Tokugawa Religion: The Cultural Roots of Modern Japan (later gepubliceerd in 1957). Zijn vroegere lidmaatschap van de CP maakt het hem niet makkelijk en een onderzoeksreis naar Japan wordt hem onmogelijk gemaakt. Het McCarthyisme en het problematische binnenlandse politieke klimaat in de VS oefenen een aanzienlijke invloed uit op Bellahs loopbaan. Uiteindelijk verlaat hij zelfs voor korte tijd de Verenigde Staten en gaat hij naar de McGill University in Montreal om aan politieke druk en verdere ondervragingen door de FBI te ontsnappen. In de onderzoeken noemt hij geen andere CP-leden tegenover de FBI en toont daarmee zijn integriteit. Zijn Japan-studie laat de sterke invloed van Parsons en zijn AGIL-schema zien, dat het beste begrepen kan worden als een systematische weergave van enkele maatschappelijke functies die fundamenteel zijn voor het in stand houden van het sociale leven. Ook wordt hij op het werk van Paul Tillich gewezen, een denker die een aanzienlijke invloed heeft op zijn denken over religie.
In alles blijft Bellah zich in zijn werk verzetten tegen eenvoudige secularisatienoties en houdt vast aan de autonome rol van cultuur en religie. Vanaf het begin van de jaren zestig raakt Bellah steeds meer geïnteresseerd in de eigenaardigheden van de Amerikaanse cultuur en democratie en bereidt hij zo de tekst en het concept voor waarmee hij ook buiten de academische wereld bekend zou worden: Civil Religion in America (1967). Hoewel hij een jaar eerder tot Associate Professor aan Harvard is benoemd, verlaat Bellah de instelling en het wereldje van Parsons, om op eigen benen te komen staan. Hij gaat werken aan de sociologie-afdeling van Berkeley en dat doet hij tot aan het einde van zijn leven. Berkeley is intellectueel minstens zo levendig als Harvard. Daar heeft hij te maken met de studentenbeweging en moet hij zijn eigen positie definiëren. Hier gaat hij nadenken over de betekenis van burgerlijke religie, de grenzen van de wetenschap en de scheidslijnen tussen sociale wetenschappen en theologie. In Rome moet hij zich verzetten tegen schandalige kritiek van vooraanstaande godsdienstsociologen. Noch door de radicale studenten als vooraanstaande wetenschappers laat Bellah zich van de wijs brengen. Met zijn godsdienstsociologische studies, onder andere naar het werk van Durkheim, gaat hij de nadruk leggen op de autonomie en werkzaamheid van symbolische systemen en dat komt terug in een boek als Beyond Belief: Essays on Religion in a Post-Traditionalist World (1970) en neemt zo meer afstand van het functionalistische werk van zijn leermeester Talcott Parsons.
In de late jaren zestig en vroege jaren zeventig gebeurt er nogal wat in het leven van Robert Bellah. Hij wordt niet benoemd to een vast lid van het Institute for Advanced Study in Princeton. Dit is een periode van ruzie maken en hem wordt onwetenschappelijkheid verweten. Zijn oudste dochter Tammy, een van zijn vier dochters, pleegt in 1973 zelfmoord en een andere dochter, Abby, komt een paar jaar later om bij een auto-ongeluk. In deze jaren gaat Bellah op zoek naar homoseksuele ervaringen en komt uiteindelijk uit voor zijn homoseksualiteit. Hij leeft met zijn vrouw Melanie in een open huwelijk. De enige bi-seksuele relatie die door een manager wordt geleid, merkt iemand in het boek op. Professioneel raakt hij steeds meer geïnteresseerd in nieuwe religieuze bewegingen, waaronder de spirituele stromingen die door de hippiebeweging worden gedragen en gepromoot. Dit is een van de redenen waarom Bellah, anders dan veel van zijn vrienden en collega’s, weigert de Amerikaanse tegencultuur bij voorbaat te veroordelen.
In deze context begint Bellah aan een boek dat hem bekend zal maken (Habits of the Heart: Individualism and Commitment in American Life), dat hij met vier anderen schrijft. Habits wordt geschreven in de periode waarin Bellahs voormalige mentor Parsons, met wie hij zich heeft verzoend, overlijdt. Bellah wordt hoofd van de sociologie-afdeling in Berkeley en kan daarbij heel goed met hele verschillende mensen omgaan. Habits of the Heart wordt een groot verkoopsucces. Bellah wordt een veelgevraagd spreker die aanzienlijke honoraria kan bedingen en trekt de aandacht van politici. Hij is even teleurgesteld in president Jimmy Carter als, veel later, in Bill Clinton en diens beleid, waarbij Bellahs geschriften een toenemend pessimisme laten zien ten aanzien van de toekomst van de Amerikaanse politiek en samenleving. In deze jaren wordt Bellah sterk geïnsprieerd door aristotelisch denkers als Alasdair MacIntyre en Charles Taylor en wordt hij zich steeds meer bewust van het belang van republikeinse (en bijbelse) ideeën en idealen. Hij heeft veel op met deugden en gemeenschapspraktijken en begint het belang van instituties voor het functioneren van het sociale weefsel te benadrukken. Dit brengt hem ook dichter bij de katholieke kerk. Bellahs pessimisme heeft waarschijnlijk veel te maken met het feit, zoals de vervolgstudie The Good Society (1991) laat zien, dat het hem en zijn mede-auteurs steeds onduidelijker wordt hoe ‘goede’ sociale structuren concreet vormgegeven kunnen worden. En vooral ook, wie deze moeten dragen en realiseren. De gevolgen van het neoliberale beleid van Ronald Reagan en zijn Republikeinse opvolgers lijken verwoestend. Hij krijgt er moeite mee overtuigende politieke alternatieven aan te wijzen. Dit weerhoudt Bellah er echter niet van om herhaaldelijk kritiek te leveren op het Amerikaanse buitenlandbeleid, bijvoorbeeld na 9/11 en de Irak-oorlog, en de destructieve effecten daarvan op de Amerikaanse samenleving te benadrukken.
Na de eeuwwisseling gaat Bellah zich steeds meer verdiepen in de geschiedenis van de mensheid. In de jaren zestig had Bellah al belangrijke essays geschreven over religieuze evolutie. In de laatste decennia van zijn leven keert hij naar dit thema terug. Religie is voor hem een aspect van symbolische ontwikkeling. Net als Max Weber wil hij begrijpen wat religie is, wat het doet en wat de consequenties ervan zijn voor het dagelijkse leven. Hij is de nieuwe Max Weber. In zijn onderzoek naar religie gaat hij er vanuit dat geen enkele ontwikkeling uitsluitend tot het verleden behoort en dat elke ontwikkeling in gewijzigde vorm wordt voortgezet in latere perioden: ‘niets gaat ooit verloren’. Mensen zijn nog steeds episodisch, mimetisch en mythische creaturen en in nieuwe vormen van culturele cognitie komen de oudere vormen georganiseerd terug. Bellah werkt in zijn boek met een citaat van Castoriadis: “de muren van het gebouw worden één voor één getoond terwijl ze worden opgetrokken, omgeven door de resten van steigers, hopen zand en stenen, allerlei losse houten stutten en vuile troffels.” Bellah begint aan een onderzoeksproject waarvan hij weet dat hij weet dat het te groot is om volledig om te afronden, een onderzoek naar de geschiedenis van de mens als symboolgebruikend dier. Daarbij sluit hij aan bij het evolutie-debat waaraan historici en historisch sociologen meedoen als Shmuel Eisenstadt, psychologen als Jerome Bruner en evolutionaire biologen en antropologen en mensen als Merlin Donald. Religion in Human Evolution: From the Paleolithic to the Axial Age wordt in 2011 gepubliceerd en wordt Bellahs laatste grote werk en dat is zijn magnum opus.


Bellah overlijdt in 2013 aan hartfalen. Een paar jaar eerder was zijn vrouw gestorven (op dezelfde dag dat zijn vriend Eisenstadt, die de begrafenis van zijn vrouw op verzoek van haar zou leiden). Het lijkt alsof hij zijn onderzoek naar de geschiedenis van de mensheid eindeloos kan en wil voortzetten. Hier is Bortolini zelf bij betrokken en ook daarom kan het levendig door hem worden gepresenteerd.
Op sommige punten wens je als lezer meer uitwerking. Hoe kan het anders? Hoe ging Bellah met zijn studenten en met zijn dochters om en wat voor een karakter had hij eigenlijk? Natuurlijk denk je bij het lezen hoe zou Bellah op deze tijd hebben gereageerd. In zijn tijd had hij al weinig op met het neo-liberalisme dat geen oog had voor het goede in het individu en de gemeenschap. Aan zoon Bush had hij al een hekel, maar hoe zou hij dan wel niet over de doorgeslagen neo-liberale hebben gedacht? Soms wist hij niet goed meer welke kant het op zou moeten. Allicht had de noodzaak hem op nieuwe, interessante ideeën gebracht. Een biografie over de veelzijdige Robert Bellah kan nooit volledig zijn omdat er zoveel kanten aanzitten. Voor Bortolini is het de vreugdevolle ernst van Bellah die hij overal in zijn werk terugziet, die hem het meest karakteriseert. De rust van het studeren en de poëzie van het avontuur die bij elkaar horen. Wat Bortolini hier presenteert is veel meer dan je mag verwachten. Alleen het lezen ervan is al een tour de force en het lukt je nauwelijks om dit alles in een keer in je op te nemen. Het is een boek dat je er vaker bij gaat pakken en dan zelf ook eens enkele van zijn boek lezen. Duidelijk is in ieder geval wel dat Matteo Bortolini een indrukwekkende biografie heeft geschreven over een belangrijk figuur binnen de internationale sociale wetenschappen en dat in het lezen de vreugde en ernst heel goed samen opgaan.


Bortolini, Matteo (2025/2021) A Joyfully Serious Man. The Life of Robert Bellah, Princeton & Oxford: Princeton University Press. pp 497