Het probleem is niet alleen de dingen die we niet weten (volgens de National Science Foundation denkt één op de vijf Amerikaanse volwassenen dat de zon om de aarde draait); het is het alarmerend aantal Amerikanen dat zelfvoldaan tot de conclusie is gekomen dat ze zulke dingen helemaal niet hoeven te weten. . . Het giftige brouwsel van anti-rationalisme en onwetendheid schaadt discussies over het Amerikaanse overheidsbeleid over onderwerpen als gezondheidszorg en belastingen.
- Susan Jacoby
Volgens Tom Nichols is het niet zozeer een probleem dat in zijn land (Verenigde Staten) mensen niet zoveel weten over wetenschap, politiek of geografie. Een veel groter probleem is het dat ze er trots op zijn dingen niet te weten of te willen weten en dat onwetendheid een deugd lijkt te zijn geworden. Mensen hebben het advies van de experts niet meer nodig want ze kunnen het zelf wel uitzoeken en elke mening over een onderwerp is net zoveel waard als een andere mening. Dat is zoals er tegenwoordig breed gedacht wordt. Wat experts vinden wordt verworpen, dat gebeurt met grote regelmaat en dan vaak ook nog met woede. Dat schrijft Tom Nichols is zijn aangepaste versie van The Death of Expertise. The Campaign against Estabilished. Knowledge and Why It Matters dat recent is uitgekomen.
Nichols groeide zelf op in de zestig- en zeventiger jaren, toen er nog publiek vertrouwen in politiek en experts was. Misplaatst allicht, maar nu zijn we helemaal de andere kant op doorgeschoten en hebben experts het fout enkel en alleen omdat ze expert zijn. Voor Nichols is de dood van de expertise niet alleen een verwerping van de bestaande kennis en verwerpt het ook de wetenschap en rationaliteit als onderbouwing van de moderne beschaving. Hij ziet dat veel mensen niet alleen basiskennis missen, maar ook dat ze eenvoudige regels van bewijsvoering naast zich neerleggen en weigeren te leren hoe een argument logisch is te maken. The Death of Expertise gaat over de tegenwoordige relatie tussen experts, burgers en politici. Nichols schreef het om de afstand tussen de groepen te verkleinen omdat hij ervan overtuigd is dat een democratische samenleving experts nodig heeft.
Nichols weet dat deze kritiek op de burgers niet helemaal terecht is. Want het geldt natuurlijk niet voor iedereen en het is in deze tijd überhaupt onmogelijk om als leek alle informatie te verwerken. Bovendien is er ook van alles over de rol van de expert te zeggen, waarover zo dadelijk meer. Toch is het vooral de onverschilligheid naar kennis toe die hem steekt en het idee dat elke mening net zo goed is als een andere. Het is een nieuw verschijnsel dat feiten en nieuwe informatie vaak niet worden aanvaard. Dat bedreigt het welzijn van mensen en democratieën die afhankelijk zijn van geïnformeerde burgers die hun eigen leven en regering in de gaten kunnen houden. Experts hebben het soms totaal bij het verkeerde eind. De introductie van thalidomide in de vijftiger jaren, een middel tegenslapeloosheid en om braken van zwangere vrouwen tegen te gaan en dat tot ernstige afwijkingen bij de pasgeborenen leidde, is daar een bekend voorbeeld van. Daar wordt dan door de onverschillige burgers op gewezen zonder op de grote successen (die waren er veel meer) te wijzen. Onderbouwd scepsis richting experts is goed, alleen wordt nu de hele autoriteit kinderlijk verworpen. Feit is in ieder geval dat er in de hele communicatie, ook tussen experts, burgers en politici, iets is veranderd en dat we er steeds op willen wijzen dat de ander het fout heeft. Van alles speelt hierin mee als stereotypen, bevestigingsvooroordeel, halve waarheden, complottheorieën en statistische incompetenties, die opgeteld discussies soms wel heel moeilijk maken. De burgers willen een definitief antwoord dat iedereen tevredenstelt, alleen beseffen ze niet dat zo’n definitief antwoord niet te geven is omdat het afhangt van de omstandigheden.
Voordat hij een antwoord geeft op wat eraan gedaan kan worden, laat hij zien hoe het zover heeft kunnen komen via onderwijs, het internet en de nieuwe journalistiek. Onderwijs leek lang het antwoord op het probleem, het heeft echter bijgedragen aan het vergroten ervan. Na het voortgezet onderwijs volgt bijna iedereen nog onderwijs. Alleen worden studenten daar weinig geschoold in kritisch denken, waarbij het gaat om de competentie om nieuwe informatie te verwerken, ideeën tegenover elkaar te zetten en er logisch over nadenken zonder emotionele of persoonlijke vooringenomenheid. In de onderwijsindustrie worden studenten eerder als klant dan als student gezien. Of zoals iemand ooit tegen Nichols zei: “Op sommige dagen voel ik me minder leraar en meer een werknemer in een dure boetiek”. Er zijn misschien ook wel te veel studenten op plaatsen waar ze niet thuishoren, het niveau is door de massificatie in ieder geval gedaald. En dan zijn er ook nog al die ouders die niet alleen aan helikopterouderschap doen, maar meer dienst doen als de luchtmobiele brigade van hun kinderen. In dat onderwijs zelf worden leraren regelmatig geëvalueerd en kan de leek de expert beoordelen. Volgens Nichols is er een autoriteitsprobleem in het onderwijs dat de positie van experts beïnvloedt.
Naast het onderwijs heeft ook het internet (en al de sociale media die ermee samenhangen) met zijn bombardement van losstaande informatie daarop invloed. Het internet lijkt ons dommer te hebben gemaakt. Het geeft meer mensen toegang tot de informatie en zorgt tegelijk voor slechte informatie en slecht denken. Mensen denken dat ze er slimmer door worden maar dat is, volgens Nichols, zoiets als denken dat je goed kunt zwemmen als je door een grote regenbui hebt gelopen. Nieuwe dingen leren vraagt geduld en de vaardigheid om goed naar anderen te luisteren wat je met internet afleert. Het internet deelt ons op in kleine kamers, waarbinnen we alleen nog mensen ontmoeten die hetzelfde denken als wijzelf. Het maakt ons onaangenamer, we kunnen er slechter door denken, we worden te overtuigd van onszelf en vinden het moeilijk als we het verkeerd hebben.
De overvloed aan informatie heeft ook de journalistiek verandert en ook dat heeft bijgedragen aan grotere afstand tussen experts en burgers. Er is meer nieuws en mensen lijken minder geïnformeerd. En ook hier geldt dat er een teveel is van van alles. Dat nieuws is ondertussen ook nog een interactief gemaakt via talkshows en bepaalde zenders met een mengeling van vermaak, nieuws, geleerdheid en participaties van leken. Nichols schetst heel duidelijk hoe dat gelopen is via ontwikkelingen op de radio, CNN, Fox-news (lijnen die in mijn eigen land misschien niet zo duidelijk, maar wel zeer herkenbaar zijn) en schetst de ontwikkeling van een hele beweging tegenover het traditionele nieuws. Die beweging heeft eraan bijgedragen dat burgers zo overtuigd zijn geworden van hun eigen mening en dat ze die steeds deze halsstarrig verdedigen.
Experts spelen in het hele proces natuurlijk ook zelf een rol. Het is belangrijk om na te denken over hoe zij met fouten omgaan en de relatie met de samenleving kunnen versterken. Dat kan om fouten publiekelijk toe te geven als die gemaakt zijn en te laten zien hoe ze recht te zetten zijn. Experts kunnen fouten maken, die met fraude te maken kunnen hebben, met overdreven zelfvertrouwen of gewoon fouten omdat die menselijk zijn. Dat goed communiceren en duidelijk maken aan de buitenwereld kan helpen. Het is ook goed als experts duidelijk maken dat een uitkomst niet is te garanderen en dat is wel wat van experts wordt verwacht. In de natuurwetenschappen gaan verklaring en voorspelling hand in hand. Sociale wetenschappen en historici kunnen overweg met verklaren, maar voorspellen is hier moeilijk en ook dat is wel wat burgers en politici ten onrechte van hen verwachten. Sommige experts doen dat toch en dat pakt vaak verkeerd uit. Voor de relatie tussen experts, burgers en politici is het beter om dat dan ook echt niet te doen. Het is goed als de experts hun manier van werken uitleggen en de grenzen van hun kunnen zichtbaar maken in de samenleving.
In zijn eerste versie van de The Death of Expertise (die in 2017 uitkwam) was Nichols er nog van overtuigd dat door een grote oorlog, een ramp of door een pandemie de relatie tussen experts en burgers weer zou veranderen. Nu is er die grote oorlog in Europa en is er een wereldwijde epidemie geweest. Alleen is het wantrouwen tussen experts, burgers en ook politici niet afgenomen, deze is juist toegenomen. De hele COVID-geschiedenis maakt duidelijk hoe sterk het wantrouwen tussen experts, burgers en politici is en laat ook zien waar dat wantrouwen toe geleid heeft. Amerika heeft 4 procent van de wereldbevolking en telt een kwart van de wereldwijde COVID-slachtoffers. Toen de pandemie uitbrak was er dus al dat giftige klimaat en die ‘post-truth’-samenleving. Vervolgens komt daar bovenop nog het zwakke leiderschap onder Trump, die met de pandemie had om te gaan maar dat eigenlijk één hoax vond. Tenslotte maakten ook de experts fouten en namen ze slechte beslissingen, beslissingen die ze helemaal niet hadden moeten nemen. Nichols maakt hier een hele goede analyse van en laat zien wat er gebeurt als het niet goed zit met die relatie tussen experts, burgers en politici en wat als mislukkingen en successen alleen maar verdeeldheid zaaien en politieke kwesties worden.
Aan het hele proces van doodverklaring van expertise en waarheid hebben experts, onderwijs, internet, journalistiek en anderen hun bijdrage geleverd. Uiteindelijk is er maar één groep die het kan veranderen en dat zijn de burgers zelf. Mensen lijken weinig te weten en zich amper zorgen te maken over hoe ze geregeerd worden, of hoe hun economie, wetenschap en politieke structuren functioneren. Ze lijken ervan vervreemd, keren hun rug om naar onderwijs en maatschappelijke betrokkenheid en houden zich met hele andere zaken bezig. Mensen weten zelf wel hoe het in elkaar zit. De experts snappen deze mensen dan weer niet, trekken zich terug en praten alleen met gelijkgestemden. Wat Nichols betreft moet duidelijk zijn dat de experts er zijn voor het advies en politici er zijn voor de beslissing. Dat moeten burgers ook doorkrijgen. Anders wordt iedereen van alles verdacht. Dan moeten ze snappen dat die experts het advies niet kunnen controleren als politici het overnemen, net zo goed ze de invoering van het advies niet meer in handen hebben, niet meer betrokken zijn bij het hele proces en ze nooit precies weten welk deel van het advies wordt overgenomen. Experts bieden alleen maar alternatieven en die rol is beperkt. Uiteindelijk gaat het Nichols om een levendige intellectuele en wetenschappelijke cultuur die past bij een democratie, met z’n tolerantie en vertrouwen.
Democratie en expertise (waarheid) kunnen niet zonder elkaar en dat maakt Nichols met dit boek wel heel duidelijk. Het probleem dat ontstaan is behandelt Nichols van verschillende kanten en dat doet hij mooi. In het onderhoud van democratie en expertise spelen experts, burgers en politici allemaal een eigen rol. Ze hebben elkaar nodig en dat vraagt vertrouwen. Educatieve, technologische en journalistieke ontwikkelingen zijn op die relatie van invloed, net zo goed als geschoolde en betrokken burgers, wetten en sterke instituten dat zijn. Over de invloed van kapitalisme en ongelijkheid hierop heeft Nichols het ten onrechte weinig en daar had hij wat mij betreft aandacht aan moeten besteden. Eind vorig jaar zou ik na het lezen van het boek misschien nog wel hebben gedacht, ik vind het allemaal net wat te sterk en overdreven aangezet. De patronen zijn herkenbaar, ook voor mij hier, maar toch. Nu we ruim twee maanden pas in het presidentschap van Trump zitten en zien hoe de democratie, de wetenschap en het rationeel denken met kettingzaag en al worden aangevallen en alles in een hele nieuwe fase is terechtgekomen, denk ik daar anders over. Ik voorzie dat Tom Nichols de komende jaren aan dit boek nog wel enkele hoofdstukken zal toevoegen en het onderwerp zal nog veel besproken worden.
Nichols, T. (2024). The Death of Expertise. The Campaign against Estabilished. Knowledge and Why It Matters. Nwe York: Oxford University Press. 309 pagina’s.