Kies in de strijd tussen jou en de wereld de zijde van de wereld
- Franz Kafka
Timothy Snyder is hoogleraar geschiedenis aan de Yale Universiteit (New Haven, VS). Zijn terrein is de geschiedenis van Oost- en Midden-Europa, Rusland en de Holocaust. Hij promoveerde bij Timothy Garton Ash (Oxford, Engeland), werkte op verschillende instituten in Europa (o.a. in Leiden) en schreef enkele populaire boeken. Bloedlanden(2010/2011) schreef hij bijvoorbeeld, dat gaat over hoe de nazi’s en de Sovjets massamoord inzetten als politiek beleid. In 2013 hielp hij Tony Judt bij het maken van Denken over de twintigste eeuw (toen Tony Judt door een spierziekte zelf niet meer kon schrijven). Kort na de Amerikaanse verkiezingen in 2016 schreef hij Over tirannie (2017), met twintig historische lessen die van belang zijn wanneer democratie wordt bedreigd. Hij schreef ook *De weg naar onvrijheid* (2019), dat over Rusland, Europa en Amerika en de nieuwe wereldorde gaat. Over het kwaad heeft hij zich regelmatig uitgelaten in studies en lezingen. Natuurlijk is hij na de inval van Rusland regelmatig in de Oekraïne. Juist in die omgeving van bombardementen en moorden voelt hij zich uitgedaagd om na te denken over de keerzijde van het kwaad: het goede, vrijheid. Wat betekent het eigenlijk als we over vrijheid praten en wat komt daarbij kijken? Voor Schnyder is het duidelijk dat vrijheid meer is dan ergens vrij van zijn of iets schadelijks wegnemen. Dat is negatieve vrijheid voor hem, veiligheid meer. We moeten meer doen dan voorkomen dat dingen kapot worden gemaakt. We moeten iets betekenen, maken, scheppen. Van vrijheid is geen sprake als er iets niet is, van vrijheid is sprake als iets wel aanwezig is. Als er structuren, instituten en perspectieven zijn die die mensen steunen, laten groeien en ontwikkelen, want vrijheid is iets positiefs.
In zijn nieuwe boek Over Vrijheid werkt hij filosofische grondslagen uit waarop vrijheid wat hem betreft gestoeld moet worden: soevereiniteit, onvoorspelbaarheid, mobiliteit, feitelijkheid en solidariteit; de vijf vormen van vrijheid, zoals hij ze noemt. Het zijn deze vormen waar het om gaat bij vrijheid en het zijn deze ideeën die we naar voren moeten schuiven.
Vrijheid gaat allereerst over het lichaam. Soevereiniteit is daarom zijn eerste vorm van vrijheid. Dit deel krijgt als het goed is vooral in de kindertijd vorm. Het is de Duitse filosofe Edith Stein die op het verschil heeft gewezen van Kôrper en Leib. Bij het eerste gaat om iets en bij het tweede om iemand, het één is object en het ander is subject. Körper tel je en met Leib hou je rekening, zeg maar. Of, zoals Stein het zelf definieerde: ‘er kan een Körper bestaan zonder mij, maar er kan geen Leib zijn zonder mij’. Het waren de nazi’s eerder die anderen als Körper zien waardoor mensen van diverse groepen zichzelf ook niet meer kunnen zien en zo de belofte van de eigen vrijheid en hoop verloren gaat.
Snyder is sterk beïnvloed door Europese intellectuelen als de Tsjecho-Slovaak Vaclav Havel en de Polen Adam Michnik en Leszek Kolakowski. Hun tegendraadse denken brengt hij samen onder de tweede vorm van vrijheid die hij onvoorspelbaarheid noemt. Zij hadden weinig op met de stijfburgerlijke fatsoensnormen van het communistische regime van voor 1989. Dat communisme, zo stelden ze, holt morele normen uit en is niks anders dan star conformisme, het is betekenisloos en zorgt voor een duistere wereld en onvrijheid. Alles daarin is voorspelbaar. Vrijheid vraagt echter juist onvoorspelbaarheid met z’n dromen, verlangens en oordelen, dat zo belangrijk is met name voor de jeugd. Voor deze intellectuelen gelden andere regels en eigenlijk alleen maar ‘de wet van het leven’. Het alternatief dat zij bieden is ‘in de waarheid leven’ (Havel), leven ‘alsof we vrij zijn’ (Michnik) of ‘dingen doen die niemand van ons verwacht’ (Kolakowski). Hen gaat het niet in de eerste plaats om hoe, maar om het waarom. Hen gaat het om het zoeken naar ‘de wereld van waarheid’, vrijheid dat meer is dan nut en iets dat eerder redelijk dan rationeel is.
Mobiliteit is de derde vorm van vrijheid en voor Snyder gaat het hier om de uitdaging van de volwassenheid. Bij deze vorm van vrijheid gaat het om vaardig bewegen in ruimte en tijd op basis van menselijke waarden waarbij we gaandeweg onze verhalen maken, die aanpassen waar nodig en uiteindelijk bepalen. Het gaat hier om bewegen, ontmoeten en met elkaar communiceren. Het zwarte deel van de Amerikaanse bevolking kon dat lange tijd maar heel beperkt. Het Amerikaanse beeld van de van nature werkschuwe en criminele zwarte blijft maar in het hoofd zitten en de ongelofelijke aantallen zwarten die vastzitten in Amerikaanse gevangenissen beperkt de mobiliteit ook. Denk ook aan de grote ongelijkheid die afstand creëert en vrijheid beperkt of aan de oligarchen die niet alleen het grootste deel van de taart maar ook nog eens het mes in hun handen hebben. Niets hiervan is nieuw en geschiedenis kan ons hier veel leren.
Vrijheid heeft ook met waarheid te maken en met feiten waarmee we ons bestaan begrijpen. De feitelijkheid is voor Snyder de vierde vorm van vrijheid. Met kennis moeten we ons leven tegemoet treden. Het is nodig te snappen wat het leven is, hoe het functioneert en in elkaar zit, wat daarin meespeelt, wat er wel en niet mogelijk is en waar we op kunnen en hebben in te zetten. Als we onze ogen voor die kennis sluiten wordt het heel gevaarlijk. Voor Snyder gaat het hierbij niet zozeer om de vraag wie we zijn, maar veelmeer om wat we moeten doen. Met goed onderbouwde kennis kunnen we nieuwe en meer duurzame evenwichten en levensvormen vinden en ons verhouden tot onze leefomgeving. Ook dit deel van vrijheid vraagt om inspanning. Het is meer dan vrijheid van meningsuiting en de mogelijkheid om jouw mening te uiten. Feitelijkheid vraagt ook om luisteren, inschikkelijkheid en toegang krijgen tot onderwijs, wetenschap en journalistiek. Het gaat er niet om dat je kunt onderbouwen wat jou het beste uitkomt, maar om wat er doelgericht en gezamenlijk te doen is iets met die inzichten.
Vrij ben je nooit alleen, maar dat ben je met anderen. Vrijheid heeft daarom altijd met solidariteit te maken, de vijfde en laatste vrijheidsvorm die Snyder presenteert in Over Vrijheid. Hier gaat het om mensen samenbrengen want alles wat we zijn en kunnen, hebben we uiteindelijk aan anderen te danken. Daarom hebben we ook de verantwoordelijkheid voor anderen wat terug te doen. De wereld van de ‘vrije markt’ en het libertarisme is niet goed met dit gedeelde vrijheidsbegrip te verenigen. De wereld is veel meer dan een spel om rijkdom te vergaren en voor jezelf opkomen. De wereld is er voor ons allen en niet alleen voor een kleine groep rijken.
In de zomer van 1976 wordt in Amerika 200 jaar onafhankelijkheid gevierd. Schnyder is dan nog kind maar herinnert zich die warme familiedag nog heel goed. In de jaren tachtig gaat hij zich interesseren in het werk van Oost-Europese dissidenten en komt via een studentenbaantje 1989/1990 persoonlijk met hen in aanraking. Hij merkt daar dat de angst voor de Sovjet-Unie plaats maakt voor overmoed en een vreemd soort vertrouwen in de toekomst. Hij wil hier meer van weten en gaat geschiedenis studeren. Nu weet hij daar meer over te zeggen en vervolgens komen er ook nog de rassenrellen, de Irak-oorlog en de financiële crises. Terugkijkend stelt hij vast dat het denken in positieve vrijheid plaats heeft gemaakt voor het denken in negatieve vrijheid. Hij wil dat we onszelf weer zien staan en daar een mening over durven te formuleren. Zijn vormen van vrijheid zijn de kern van zijn boek en geven structuur en richting aan zijn denken over vrijheid. In het laatste deel van het boek wordt hij concreter en laat hij zien wat we kunnen doen door anderen te helpen en zo ons zelf leren te begrijpen; door mensen te ontmoeten, te lezen, onze eigen levensweg te kiezen, lokaal en onafhankelijk nieuws te volgen en, bijvoorbeeld, deel te nemen aan maatschappelijk overleg of lid te worden van een belangenorganisatie. Het is nodig weer zelf te denken in plaats van gehoorzaam volgen wat algoritmes ons opleggen. Democratie is wat hem betreft een werkwoord en een waardeoriëntatie die verbeterd kan worden. Het werkt alleen als de representatie een eerlijke afspiegeling is van alle mensen en een kleine groep het niet met geld kan afkopen of opleggen. Hij laat zien wat vrijheid voor kinderen, ouders, werknemers en gevangenen betekent. Daar bovenop is het nodig democratieën elders te verdedigen, ongelijkheden in eigen land terug te brengen en voor onze natuur te zorgen. Vrijheid heeft ook met ons dagelijks leven te maken, waarin we meer van het scherm los zouden moeten komen om rustig te kunnen ademen, vriendelijk en redelijk te zien, beter te kunnen luisteren en zelf kunnen nadenken.
Het duurt even voordat je in het verhaal van Schnyder zit. In dit boek reist hij met de lezer door de moderne geschiedenis, laat hij je kennis maken met personen die hierbij van belang zijn en deelt hij ervaringen. Elementen trouwens die hij niet evenwichtig verdeelt over de hoofdstukken: in de eerste hoofdstukken krijgen personen die hem geïnspireerd hebben meer plek dan in latere hoofdstuk. Over Vrijheid is een indrukwekkend boek om te lezen in de tijd van de inauguratie van de president van Amerika en er nogal wat gebeurt in de wereld. Ondertussen lijkt dit zelf wel een dissident geluid te zijn geworden nu heel anders over hoe het is en het zou moeten worden wordt gedacht. Die ruimte die Schnyder zo graag met zijn vrijheidsvormen vult is ondertussen door anderen bezet. Over waar het in de ruimte volgens Schnyder om moet gaan is heel duidelijk, minder duidelijk is hij over hoe de ruimte met deze democratische ideeën is te bezetten. De vraag die hier open blijft staan is: hoe kunnen we ons weer in deze wereld thuis voelen, dit soort doeleinden formuleren en deze ook nog tot stand brengen?
Snyder, T. B. (2024). Over Vrijheid. Amsterdam: Uitgeverij Balans. 454 pagina’s.